In veel organisaties komt alleen werken regelmatig voor. Denk bijvoorbeeld aan een nachtportier, een beveiliger of een medewerker die ’s avonds of in het weekend toezicht houdt op een gebouw. Hoewel dit in de praktijk vaak goed gaat, brengt alleen werken wel specifieke risico’s met zich mee.
Zo werkte in een organisatie een nachtportier die verantwoordelijk was voor het toezicht op een groot kantoorpand. Tijdens zijn dienst was hij volledig alleen aanwezig. Zijn werkzaamheden bestonden uit controlerondes, het openen van het gebouw voor leveranciers en het oplossen van kleine storingen. Omdat er geen collega’s aanwezig waren, moest hij alle situaties zelfstandig beoordelen en oplossen.
In eerste instantie was alleenwerken niet specifiek opgenomen in de RI&E. Hierdoor waren een aantal risico’s onvoldoende in beeld, zoals:
- het risico dat de medewerker geen hulp krijgt bij een ongeval of medische noodsituatie
- stress en verhoogde waakzaamheid tijdens nachtdiensten
- gevoelens van onveiligheid bij onverwachte situaties in het gebouw
- het feit dat de medewerker alle beslissingen zelfstandig moet nemen
Na een incident waarbij de medewerker zich ’s nachts onwel voelde en pas laat hulp kreeg, besloot de organisatie de RI&E opnieuw te evalueren.


