Na de vakantie begint het gewone werk weer. De mailbox staat vol. Projecten zijn doorgeschoven. Collega’s hebben vragen. De bezetting is nog niet altijd op orde. En voor je het weet zit iemand weer in precies hetzelfde patroon als vóór de vakantie.
Niet omdat die medewerker niet wil. Maar omdat het systeem waarin iemand vastliep vaak nog precies hetzelfde is. Recente signalen bevestigen dat dit geen klein probleem is. Het stressgerelateerd langdurig verzuim in vijf jaar tijd flink is gestegen.
Maar er speelt ook privé van alles…
Daarbij speelt niet altijd alleen werk een rol. Soms gaat het ook om mantelzorg, financiële zorgen, relatieproblemen of andere privézaken. Maar dat maakt werkgevers niet machteloos. Juist daar zit de opdracht: kijk niet alleen naar de vraag waar stress vandaan komt, maar vooral naar wat je als organisatie kunt doen om herstel en duurzame inzetbaarheid mogelijk te maken.
Dat begint eerder dan bij een ziekmelding. Bij signalen zoals: ‘Ik slaap slecht.’ ‘Ik krijg mijn hoofd niet leeg.’ ‘Ik ben gewoon druk.’ ‘Na de vakantie trekt het wel bij.’
Of in gedrag: iemand wordt kortaf, trekt zich terug, maakt meer fouten of blijft juist keihard doorgaan met een glimlach waar je bijna een vergunning voor nodig hebt.
Leidinggevenden hoeven geen coach of therapeut te worden. Liever niet zelfs. Maar ze kunnen wel eerder het goede gesprek voeren. Niet alleen: ‘Gaat het goed?’ Want daarop zegt bijna iedereen: ‘Ja hoor.’
Maar bijvoorbeeld: ‘Je lijkt de laatste weken minder scherp dan ik van je gewend ben. Klopt dat?’ ‘Wat kost je op dit moment de meeste energie?’ ‘Wat heb je nodig om dit werk gezond vol te houden?’ Dat zijn geen softe vragen. Dat zijn preventieve vragen.
Vakantie kan helpen herstellen. Maar als de oorzaken blijven bestaan, komt overbelasting vaak gewoon weer mee naar kantoor. Alleen iets bruiner ????
Dus wacht niet tot iemand omvalt. Wacht niet tot de bedrijfsarts aan zet is. Wacht niet tot spoor 2 dichterbij komt. Begin eerder. Met luisteren. Met signaleren. Met werkdruk bespreekbaar maken. Met leidinggevenden toerusten. En met het besef dat mentale gezondheid geen privéproject van de medewerker is, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid